Beleid en regelgeving


Invasieve exoten vormen wereldwijd een grote bedreiging voor de natuur. Daarom zijn internationale afspraken gemaakt om ze te bestrijden.


Convention on Biological Diversity

Volgens de Convention on Biological Diversity dient elke lidstaat, voor zover mogelijk en passend, de introductie van exoten die bedreigend zijn voor ecosystemen te voorkomen en reeds gevestigde soorten te beheersen of uit te roeien.

In het verdrag is een strategie een strategie overeengekomen die er van uitgaat dat de aanpak van de exotenproblematiek in een zo vroeg mogelijk stadium dient plaats te vinden.

De volgorde van prioriteiten is:

  1. Preventie
  2. Eliminatie
  3. Isolatie en beheer van een populatie.

Daarnaast zijn er nog diverse internationale verdragen met bepalingen over invasieve exoten, zoals The International Plant Protection Convention (IPPC) en The Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Flora and Fauna (CITES). Deze verdragen zijn, als het gaat om invasieve exoten, vooral gericht op het voorkomen van nieuwe introducties van invasieve exoten.


Europese Unie

Op Europees niveau geldt sinds 1 januari 2015 de Europese exotenverordening in de landen van de Europese Unie (EU), dus ook in Nederland. Deze verordening gaat alleen over planten en dieren die schadelijk zijn voor de natuur. Onderdeel van de Europese exotenverordening is de Unielijst. Op de Unielijst staan invasieve exoten die de landen van de EU moeten bestrijden. Een deel van deze soorten komt voor in Nederland. De Unielijst wordt geregeld aangepast.Het is onder meer verboden om de planten en dieren op de Unielijst in te voeren, te kweken of te fokken, te verhandelen en te bezitten.

Dit heeft gevolgen voor onder meer dierenwinkels en tuincentra. Zij mogen de planten en dieren op de lijst niet meer verkopen.


Nederlands beleid

Naast de Unielijst zijn er in Nederland geen formele lijsten met exoten vastgesteld. Het Nederlandse beleid dateert uit 2007 en is omschreven in de ‘Beleidsnota invasieve exoten’. De nadruk ligt op de preventie van nieuwe introducties. Niet iedere exoot zal dus actief worden bestreden. De beslissing om een exoot actief te bestrijden, hangt voor de Rijksoverheid af van de aard en omvang van het probleem dat door deze exoot wordt veroorzaakt en van de verwachte maatschappelijke en financiële inspanningen die de bestrijding zal vergen.


Uit evaluatie van het invasieve exoten beleid (Universiteit Utrecht en Wageningen) blijkt dat de implementatie niet vlekkeloos verloopt. Daarvoor is het nodig dat de verschillende stakeholders voldoende kennis hebben

over invasieve exoten (weten) en de wens hebben om op te treden (willen). Uit onderzoek blijkt echter dat de

benodigde kennis niet altijd beschikbaar is. Bovendien worden niet alle instrumenten geëvalueerd en zijn er

verschillende inzichten over de manier van aanpak.

Wat betreft het willen uitvoeren van het beleid, blijkt dat het draagvlak afneemt wanneer de gevolgen van

de verspreiding van een exoot niet direct duidelijk zijn of niet als schadelijk worden ervaren. Het verschilt per

actor hoe men aankijkt tegen de nut en noodzaak van verschillende maatregelen. Het ontbreekt vaak aan

een gedeelde probleemperceptie. Niet alle stakeholders hebben de beschikking over voldoende kennis.

Volgens de onderzoekers is een beter afwegingskader nodig, om te bepalen wanneer welke maatregelen moeten worden getroffen. Bovendien moet de aanpak beter worden onderbouwd en is draagvlak voor de

uitvoering essentieel! [Bron: lezing Runhaar]




Andere landen als voorbeeld

Veel mensen denken dat er weinig valt te doen aan het verschijnen van invasieve exoten. Dat hoort er gewoon bij. We leven immers in een globaliserende wereld, waarin het transport van goederen en mensen al maar toeneemt.Toch klopt dat niet.

De internationale verdragen en richtlijnen bieden voldoende aanknopingspunten voor landen, om hun nationale beleid op te baseren. Landen kunnen de import en export van invasieve exoten wel degelijk aan banden leggen, om risico´s voor mens en dier te voorkomen.


Andere landen zoals de Verenigde Staten, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk hebben al relatief veel (preventieve) maatregelen genomen. Nederland loopt daarbij nog ver achter.