Chinese wolhandkrab

Kijk niet raar op als u een grote krab met wollige scharen in uw tuin ziet lopen. Dat is de Chinese Wolhandkrab, die vanuit zoet water op weg is naar de zee om te paren. Het is een invasieve soort, die begin 20e eeuw uit China meekwam in het ballastwater van schepen.


In sommige landen is de krab een lekkernij. Veel vissers maken dan ook jacht op de krab. Maar vanaf 1 april 2011 geldt in sommige gebieden in Nederland een vangstverbod.  Uit onderzoek bleek dat de gevangen dieren hoge concentraties dioxine bevatten en dat is slecht voor de gezondheid.

Wat zijn invasieve exoten?


Invasieve exoten zijn exoten die invasief zijn.


Exoten zijn soorten dieren, planten en micro-organismen die door toedoen van de mens in een nieuw leefgebied terecht zijn gekomen. Oorspronkelijk horen ze daar niet thuis.

Soms is dit al lang geleden gebeurd en zijn soorten hier volledig ingeburgerd, zoals het konijn, het damhert en de fazant. Soorten die voor 1492 (soms afgerond naar 1500) in Nederland zijn ingevoerd worden doorgaans geen exoot genoemd, maar ‘inheems’. In 1492 begonnen de ontdekkingsreizen en kwam het wereldwijde transport van soorten pas echt op gang.

Soorten die op eigen kracht, bijvoorbeeld door klimaatverandering, vanuit hun oorspronkelijke gebied naar een nieuw leefgebied komen, worden niet als exoten beschouwd. Een voorbeeld is de Turkse tortel.


Invasief houdt in dat een exoot zich in zijn nieuwe leefgebied kan gaan vestigen en verspreiden. Dat is niet altijd even gemakkelijk vast te stellen. Soorten kunnen zich soms snel aanpassen aan een nieuwe omgeving. Zo is gebleken dat sommige insecten die zich snel voortplanten zich binnen korte tijd genetisch kunnen aanpassen. Daardoor kunnen ze zich in een kouder klimaat handhaven dan waar ze van nature voorkomen.

Klimaatverandering speelt ook een rol bij de kans dat exoten zich hier vestigen. Nederland wordt steeds aantrekkelijker voor soorten die gesteld zijn op warme zomers en zachte winters.


Opgelet

Soms lijken exoten niet invasief, omdat er lange tijd weinig exemplaren voorkomen. Maar er zijn voorbeelden van soorten die zich pas na tientallen jaren explosief uitbreiden.. Een kwestie van opletten dus, want een biologische invasie kan al beginnen met de introductie van één exemplaar!

Kleine organismen in het voordeel

Kleine organismen zijn in het voordeel bij grote organismen in alle fasen van het invasieproces (verspreiding, vestiging en handhaving/integratie).


Hiervoor zijn de volgende redenen:

Doordat ze klein zijn:


Doordat ze talrijk zijn: