Invasieve exoten kunnen op allerlei manieren in Nederland terecht komen, bijvoorbeeld door:


Aquacultuur
Sommige invasieve exoten worden hierheen gehaald als kweekmateriaal in de aquacultuur. Voorbeeld: de invoer van de Japanse oester in de Oosterschelde. Bij sommige kweekmaterialen, zoals mosselzaad uit de Ierse zee, liften onbedoeld invasieve zee-organismen mee.


Wegvallen van natuurlijke barrières
Veel organismen kunnen zich niet verspreiden tussen gebieden omdat ze barrières zoals zeeën en bergen niet kunnen oversteken. Soms helpt de mens ze onbedoeld een handje doorhet wegnemen van de blokkades. Voorbeeld is  het graven van het Rijn-Main-Donaukanaal in 1992, waardoor de stroomgebieden van Rijn en Donau verbonden werden. Er ontstond een zoetwaterverbinding tussen de Noordzee en de Zwarte Zee, waardoor veel invasieve soorten (zoals de Kaspische slijkgarnaal, maar ook allerlei grondels) uit het stroomgebied van de Donau in het stroomgebied van de Rijn konden komen.


Visserij en hengelsport
Bepaalde invasieve vis- en schelpdiersoorten mogen op grond van de Visserijwet vrij in Nederland worden uitgezet, voor de visserij en hengelsport. Voorbeelden: Chinese wolhandkrab, Japanse oester en Amerikaanse zwaardschede.


Import van huisdieren
Veel invasieve dieren zijn als huisdier, hobbydier of parkdier geïmporteerd. Vervolgens zijn ze ontsnapt of heeft de eigenaar ze vrijgelaten. Voorbeelden: stinkdier, wasbeer, halsbandparkiet, nijlgans, roodwangschildpad, Italiaanse kamsalamander, guppie en Donaumoerasslak.


Import van tuin- en vijverplanten
Sommige invasieve planten zijn als tuinplant of vijverplant in Nederland geïmporteerd. Daarna hebben ze zich verspreid: ofwel op eigen kracht (bijvoorbeeld via zaadvorming) ofwel doordat de eigenaar overtollige planten in de omgeving uitzette. Voorbeelden: Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw, grote waternavel en parelvederkruid.


Van vakantiereis meegenomen
Om thuis te genieten van een vakantie sfeer, nemen mensen soms zaden of planten mee vanuit het buitenland.


Biologische bestrijders
Tal van invasieve insecten zijn met instemming van de Nederlandse overheid geïmporteerd om in de tuinbouw (kassen) allerlei plaagorganismen (zoals bladluizen) onder de duim te houden. De soorten kunnen uit de kassen ontsnappen en sommige hebben zich met succes in Nederland weten te vestigen en verspreiden. Voorbeelden: veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje.


Ballastwater
Schepen nemen in de haven van vertrek ballastwater in vanwege de stabiliteit. Op de plaats van bestemming (bijvoorbeeld de haven van Rotterdam) wordt het ballastwater – samen met alle daarin aanwezige waterorganismen – geloosd.


Aangroei op scheepsrompen
Schepen kunnen invasieve exoten niet alleen in het ballastwater meenemen, maar ook op de scheepsromp. In de haven van vertrek hechten allerlei (zee)waterorganismen aan de romp die mee kunnen liften tot aan de haven van aankomst.


Verstekeling in importproducten
Diverse invasieve exoten (met name insecten) zijn hier gekomen omdat ze meeliften met producten die hier geïmporteerd werden. Voorbeelden: tijgermug (met Lucky bamboo uit China en met gebruikte banden), rode vuurmier (met ficussen uit de VS) en  Aziatische boktor (in houten pallets uit China, die als verpakkingsmateriaal voor natuursteen worden gebruikt).


Bosbouw
Er zijn verschillende invasieve bomen en struiken ingevoerd voor de bosbouw. Voorbeeld: Amerikaanse vogelkers die in jaren ’30 van 20e eeuw werd aangeplant op heidevelden.



Mensen hebben invasieve exoten naar Nederland gebracht: bewust en onbewust:


Bewust

Er zijn soorten die opzettelijk vanuit verre oorden worden aangevoerd om in ons land te gebruiken. Ze doen het hier soms zo goed dat ze zich explosief verspreiden: ze zijn invasief geworden.


Onbewust
Andere soorten komen hier per ongeluk. Ze liften mee met mensen, dieren, planten of vervoermiddelen. Vaak gaat het om insecten, of eitjes van insecten, die verstopt zitten in de wortels van een plant. Soms gaat het om grotere dieren, die meeliften met vervoermiddelen, zoals de bruine rat, die in de 18e eeuw met schepen vanuit Azie meekwam.


Het invasieproces


De vestiging van een invasieve exoot verloopt meestal in drie fasen:


  1. De introductie: een soort komt een gebied binnen en vestigt zich daar. De aantallen zijn vaak nog klein.
  2. De lag-time: de soort weet zich te handhaven in een gebied, maar de populaties zijn meestal klein.
  3. Exponentiële uitbreiding: de soort breidt zich explosief uit. Vaak gebeurt dat na een verandering in de omstandigheden, bijvoorbeeld een strenge winter of een ingreep door de mens waarbij inheemse soorten dood gaan. Exotische soorten krijgen dan plotseling de ruimte om zich uit te breiden. Voorbeeld is de ‘druipzakpijp’, die al vanaf 1991 aanwezig was in Nederland maar zich enorm uitbreidde na de strenge winter van 1995-1996.

Hoe komen ze hier?