Waarom schadelijk? 2018-01-02T11:11:24+00:00

Schade voor de gezondheid
Mensen kunnen op verschillende manieren gezondheidsproblemen krijgen door invasieve exoten:

  • Ze kunnen ziekten verwekken. Vaak gaat het om bacteriën en virussen, die via reizende mensen en transport van goederen over de wereld worden verspreid. Bijvoorbeeld de verspreiding van infectieziekten zoals knokkelkoorts, cholera, pokken en buiktyfus.
  • Ze kunnen ziekteverwekkende organismen bij zich dragen (zogenaamde vectoren). Voorbeeld is de Aziatische tijgermug, die meer dan 20 virussen, waaronder de knokkelkoorts, kan overdragen.
  • Ze kunnen andere gezondheidsproblemen veroorzaken. Voorbeelden zijn allergische reacties door de hooikoortsplant Ambrosia of brandwonden door de Reuzenberenklauw. 

Schade voor de natuur

  • Biologische homogenisering (‘’het McDonalds-effect’’)
    Elk ecosysteem in de wereld heeft zijn eigen unieke samenstelling van soorten. De introductie van invasieve exoten leidt tot een homogenisering (oftewel nivellering) van de biodiversiteit.
    Op steeds meer plekken in de wereld kom je dezelfde dier- en plantensoorten tegen. Men noemt dat ook wel het “McDonalds-effect”: waar je ook bent in de wereld, je komt altijd wel een filiaal van McDonalds tegen.
  • Schade voor inheemse natuur en biodiversiteit
    De inheemse fauna en flora kunnen op verschillende manieren schade ondervinden van invasieve exoten:

    • Predatie: de invasieve soort voedt zich met een inheemse soort, waardoor die in aantal achteruit gaat. Voorbeeld: het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, dat op verschillende plekken in Nederland alle inheemse soorten lieveheersbeestjes heeft opgegeten, en die zich daar nu voedt met andere insecten en larven daarvan.
    • Parasitisme: de invasieve soort is (of verspreidt) een ziekteverwekker of parasiet waar de inheemse soort geen weerstand tegen heeft. Voorbeeld: verschillende exotische eekhoornsoorten (zoals de grijze eekhoorn) kunnen een virus bij zich dragen waar ze zelf niet ziek van worden, maar de inheemse rode eekhoorn wel.
    • Concurrentie: de invasieve soort concurreert met een inheemse soort om leefruimte, voedsel en nestgelegenheid. In extreme gevallen kan de invasieve soort een gebied geheel overwoekeren of anderszins domineren (swamping).Voorbeelden: de halsbandparkiet concurreert om nestelplaatsen met andere holenbroeders zoals de boomkruiper. Planten zoals reuzenberenklauw,  Amerikaanse vogelkers, parelvederkruid en Japanse duizendknoop kunnen grote gebieden geheel bedekken en ander leven (vrijwel) onmogelijk maken.
    • Genetische vervuiling: sommige invasieve exoten kunnen kruisen met inheemse soorten. De oorspronkelijke inheemse soort raakt daardoor genetisch vervuild en verdwijnt na verloop van tijd geheel. Voorbeeld: de rosse stekelstaart die kruist met de witoogeend, waardoor die laatste dreigt te verdwijnen.
  • Indirecte effecten: sommige invasieve exoten kunnen hun (nieuwe) leefomgeving veranderen, waardoor inheemse soorten schade ondervinden. De rode vuurmier scheidt een chemische stof af waardoor de van nature aanwezige bodemorganismen daar niet meer kunnen leven. Ambrosia brengt een chemische stof in de bodem, waardoor andere planten er niet meer kunnen groeien.

In het meest extreme geval sterft een inheemse soort door de introductie van een invasieve exoot geheel uit. Zo komen in sommige gebieden door toedoen van het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje al geen inheemse lieveheersbeestjes meer voor.

Schade voor de gezondheid
Het gaat hierbij vooral om de introductie van soorten die schadelijk zijn voor gewassen en voor dieren die gehouden worden.

  • Schade voor de land- en tuinbouw. Schadelijke soorten zijn bijvoorbeeld de schimmel Phytophtohora infestans, de bacteriën ringrot en bruinrot, het aardappelvirus Y, het tomatenbronsvlekkenvirus, de Floridamot, de anjerspintmijt, de nematoden Meloidogyne chitwoodi en Meloidogyne. fallax en knolcyperus. Invasieve exoten die schade opleveren voor de tuinbouw zijn bijvoorbeeld Trialeurodes vaporariorum,  Chrysodeixis chalc., Liriomyza trifolii, Adoxophyes orana en Eriosoma lanigerum.
    Van oudsher is de Plantenziektenkundige Dienst (nu onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, NVWA) zeer alert op invasieve exoten die schade kunnen opleveren voor de land- en tuinbouw. Bij ontdekking worden  direct quarantaine-  en bestrijdingsmaatregelen uitgevoerd.
  • Schade voor de veehouderij
    Net als bij de land- en tuinbouw, is de Nederlandse overheid zeer alert op invasieve exoten (met name dierziekten) die schade kunnen opleveren voor de veeteelt. Denk maar aan de grootschalige quarantaine- en ruimingsmaatregelen die werden uitgevoerd bij de uitbraak van varkenspest, (in 1997), mond- en klauwzeer (in 2001) en vogelpest (in 2003).
  • Schade voor de bijenhouderij
    Bijen produceren niet alleen maar honing, maar spelen ook een belangrijke rol bij de bestuiving van onder meer consumptiegewasssen, zoals fruit. De bijenhouderij ondervindt regelmatig schade van invasieve exoten. Een voorbeeld is de varroamijt. Zonder bestrijding gaat een besmet bijenvolk binnen vier jaar te gronde. De varroamijt begint echter al resistentie te ontwikkelen voor bepaalde bestrijdingsmiddelen.

Schade voor het milieu
Sommige invasieve soorten hebben een direct effect op het milieu, zoals de rode vuurmier en ambrosia, die de chemische samenstelling van de grond veranderen.  Een veel groter aantal soorten brengt indirect schade aan het milieu met zich mee doordat vaak chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om ze uit te roeien of hun aantallen enigszins binnen de perken te houden.
Bij export van levend materiaal vindt bestrijding van pathogenen soms al plaats in het exporterende land, om handelssancties te voorkomen. Daarbij worden vaak sterk toxische breed-spectrum ontsmettingsmiddelen gebruikt.
Is een schadelijke soort toch binnengedrongen, dan wordt vaak geprobeerd hem te isoleren en uit te roeien. Dat gebeurt chemisch, mechanisch of biologisch. Heeft de soort zich desondanks verspreid, dan rest niets anders dan reguleren. Ook dat kan chemisch, mechanisch of biologisch.
In Nederland is een groot deel van het bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw  toe te schrijven aan invasieve exoten, zoals de schimmel Phytophthora infestans.